Wees alert voor de trauma’s van transmigranten

OPINIESTUK IN DE STANDAARD VAN 22/1/2022

Vorig weekend was ik op bezoek bij de transmigranten in het vluchtelingenkamp van Calais. Het deed me beseffen dat de leef­omstandigheden van die mensen een broeihaard vormen voor de psychia­trische problemen van de toekomst. Dat heeft te ­maken met het uitzichtloze proces van traumatisering dat ze ondergaan.

Doorgaans denken we bij traumatisering snel aan misbruik en verwaar­lozing in de gezinscontext, of aan de impact van ongevallen en rampen. Stuk voor stuk ernstig verstorende ­situaties waar we maatschappelijk zeer alert voor zijn. Denk maar aan de ­Vertrouwenscentra Kindermishan­deling, die verontrustende opvoedingssituaties monitoren. Denk aan crisisteams van hulpdiensten of van het leger, die psychologische ondersteuning bieden bij grote incidenten zoals terreuraanslagen of natuur­geweld. Door snel in te grijpen als het verkeerd loopt, vermijden we dat pijnlijke situaties blijvende littekens na­laten.

Mensen die op de vlucht zijn voor de benarde levensomstandigheden in Afrika of het Midden-Oosten, ­raken ook getraumatiseerd. Helaas zijn we daar veel minder alertvoor. Zo sprak ik in Calais met Amir, een man met Koerdische roots, die tot zes maanden geleden in Iran leefde en nu in de Franse modder zat te wachten op een opportuniteit om naar Engeland te gaan. Tien jaar lang had hij in Teheran als journalist gewerkt. Toen zijn krant werd opgedoekt en zijn artikels aanleiding gaven tot vervolging, sloeg hij op de vlucht. Het was een keuze tussen vluchten of de gevangenis. Tien landen doorkruiste hij intussen, en hij zegt daarover het volgende: ‘In Griekenland werden we vervolgd, in Kroatië en Servië kregen we slaag van de politie, maar hier is het beter, hier worden we niet geslagen.’Het leed van vluchtelingen spreekt de menselijkheid in de ander niet aan, waardoor ze zich ontmenselijkt voelen

Tegelijk zie ik voor mij een gebroken man. De voorbije week vatte hij twee keer het plan op zich van kant te maken, maar hij bedacht zich telkens. Wat hij en veel andere vluchtelingen moeten ondergaan, mag niet vergeten worden, zegt hij. Elke avond tikt hij op zijn smartphone het verslag van de dag – hij hoopt zijn verhaal ooit te kunnen vertellen in een boek. Het verhaal van de vervolging. Het verhaal van de onverschilligheid en de afkeer bij de bevolking in Europa. Het verhaal van degenen die het overleven, en van degenen die eraan kapot­gingen.

Zoals Amir zijn er velen: mensen met een geschiedenis van ontbering en ­geweld, die getraumatiseerd zijn door de barre levensomstandig­heden die ze ontvluchtten. Maar daar houdt het niet op. De vlucht zelf traumatiseert hen ook.Mensensmokkelaars, overheden die hen hardhandig aanpakken en burgers die afstandelijk en bits reageren, dragen daaraan bij. Telkens opnieuw krijgen vluchtelingen de boodschap dat ze er niet mogen zijn. Hun leed spreekt de menselijkheid in de ander niet aan, waardoor ze zich ontmenselijkt voelen.

Een politieke oplossing voor dit probleem heb ik niet. Wat ik als ­psycholoog wel weet, is dat deze situatie mensenlevens kraakt. En wat ik verwacht, is dat deze zware ontwrichting zich op termijn zal vertalen in ernstige psychiatrische problemen bij veel vluchtelingen en hun kinderen. Problemen die intense zorg zullen vereisen. Het is dan ook schrijnend dat we op die traumatisering geen maatschappelijk antwoord hebben. Burgeracties alleen kunnen dit leed niet counteren. Er is een aanpak nodig die gedragen wordt door alle ­beleidsmakers bevoegd voor migratie, sociale gelijkheid, gezondheid en welzijn.

Tegelijk ben ik niet zo hoopvol. Als we alleen al naar de aanpak in ons land kijken, valt op dat het beleid ­inzake psychische gezondheid heel erg vooral focust op individuele ­coping. Het wil psychisch kwetsbare burgers sterker maken, maar veronachtzaamt de impact van politieke factoren, sociale dynamieken en uitsluitingsmechanismen.

Om aan de psychische noden van ­onze transmigranten tegemoet te ­komen, moeten we precies daarop ­inzetten en nadenken over hoe we hen onthalen. Geloof me, ook niet-transmigranten zullen het daardoor beter hebben.

Posted in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Wees alert voor de trauma’s van transmigranten

Een psychose is niet gek. Het is een poging van je geest om zich te handhaven in een moeilijke context’

Dit interview verscheen op 10 januari 2022 in het online magazine Sociaal.net:

Thomas Detombe We moeten anders kijken naar psychoses, zegt professor psychologie Stijn Vanheule. De louter biologische kijk is achterhaald. “Bij veel psychoses spelen sociale en relationele factoren een doorslaggevende rol.” Voor Sociaal.Net ging Vanheule in gesprek met ervaringsdeskundige Peter Tomlinson: “Aan psychose kleeft een hardnekkig stigma.”

psychose
© ID / Lieven Van Assche

Complot

“Een psychose is een zelf-absorberende, extreem uitputtende ervaring”, vertelt de 55-jarige Peter Tomlinson. In 2013 kreeg hij voor het eerst hallucinaties en andere psychotische gewaarwordingen.

‘15 procent van de bevolking beleeft ooit iets wat sterk lijkt op een psychose.’

“In de nummerplaten van auto’s lichtten telkens drie letters op. De letters werden woorden, de woorden een onheilspellende boodschap die een misdaadgolf of revolutie aankondigde. Ik zocht rationele verklaringen maar vond ze niet. Finaal mondden mijn belevenissen uit in waanideeën. De hele stad speelt een spel met me, zo dacht ik. Iedereen in het complot had bewust zijn nummerplaten vervangen.”

15 procent van de bevolking beleeft ooit iets wat sterk lijkt op een psychose. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat 16 procent van de Nederlanders al een paranormale ervaring had. Velen ondervonden hier weinig last van, sommigen beschouwden hun ervaring zelfs als positief. De meesten konden daarna probleemloos verder met hun leven.

Andere realiteit

Een tot twee procent van de mensen heeft wel gespecialiseerde hulp nodig. Peter Tomlinson belandde in een psychiatrische zorginstelling. Twee jaar lang wisselden periodes van schijnbare rust en psychotische episodes elkaar af. Hij herstelde. Al liet zijn psychose sporen na. Angsten en een verwoest sociaal leven achtervolgen hem nog steeds.

“Wie een psychose doormaakt, komt in een andere realiteit terecht”, vertelt professor klinische psychologie Stijn Vanheule (Universiteit Gent). “Je aardt dan niet langer in het gekende narratief dat ons allen verbindt, maar verliest jezelf spontaan in wat Peter mooi omschrijft: een cascade van snelle, onlogische associaties, bijvoorbeeld gelinkt aan de letters op een nummerplaat.”

Waarom een psychose nog niet zo gek is

Stijn Vanheule zit mee aan de tafel waar Peter Tomlinson zijn verhaal vertelt. Ons gesprek vindt plaats op de Campus Psychologie van de Universiteit Gent. Daar verricht de professor al jarenlang onderzoek naar de aard van psychotische belevingen. In zijn recent verschenen boek ‘Waarom een psychose nog niet zo gek is’ doorprikt hij de mythe dat we psychose best bekijken door een louter biologische bril.

Ontspringen hallucinaties en waanideeën dan niet vanuit een kortsluiting in je hoofd?

Vanheule: “Een biologische component kan mensen kwetsbaarder maken, maar hoe precies? Daar botst de wetenschap op grenzen. Er bestaat geen gen dat duidelijk voorspelt of je een psychose zal krijgen, net zoals er ook niet één wondermiddel bestaat als behandeling. Slechts een kwart van de patiënten voelt zich echt geholpen met medicatie. Bij alle anderen is het schipperen tussen de positieve impact ervan en ongewenste bijwerkingen.”

‘Om te begrijpen waar een psychose vandaan komt, heb je meer aan een sociale bril dan aan een biologische kijk.’

“Intussen weten we wel dat verwaarlozing, misbruik, pestervaringen en opgroeien in sociaal isolement belangrijke determinanten zijn bij het ontstaan van psychoses. Het behoren tot een minderheidsgroep en wonen in een grootstedelijke context verhogen ook het risico.”

“Om te begrijpen waar een psychose vandaan komt en wat ze betekent, heb je meer aan die sociale bril dan aan een biologische kijk die het fenomeen herleidt tot een hersenaandoening. Bij veel mensen die psychotische ervaringen ontwikkelen, blijken sociale, relationele en existentiële factoren een doorslaggevende rol te spelen.”

Een louter biologische kijk is achterhaald?

Tomlinson: “De bril waardoor je kijkt, bepaalt in belangrijke mate de manier waarop je mensen benadert en behandelt. Als iemand wartaal uitslaat als gevolg van een ‘hersenziekte’, hoef je niet te luisteren en heeft het allemaal geen betekenis. Dan kan je gewoon medicatie voorschrijven, of desnoods iemand vastbinden. Het plaatst een veilige muur tussen wie gezond en ongezond is.”

Vanheule: “Een eenzijdig biologische benadering creëert een zeker comfort voor wie zichzelf als gezond beschouwt. Iemand met psychose wordt in die lezing de waanzinnige gek met mysterieuze ruis in zijn hoofd.”

Peter Tomlinson
Peter Tomlinson: “Ik ben al zes jaar vrij van symptomen. Ik ben opnieuw voltijds aan het werk, deels betaald, deels als vrijwilliger.© ID / Lieven Van Assche

En die mysterieuze ruis is dus niet te genezen?

Tomlinson: “Die boodschap hoor ik nog altijd. Men denkt dat ik zal hervallen, dat mijn herstel maar tijdelijk is. Nochtans ben ik al zes jaar vrij van symptomen. Ik ben opnieuw voltijds aan het werk, deels betaald, deels als vrijwilliger bij Villa Voortman in Gent. Stigma geeft mensen een levenslange stempel. Op basis daarvan oordelen sommige hulpverleners bijna automatisch over wat je nog kan en niet meer kan. Heel frustrerend.”

‘In principe is iedereen vatbaar voor psychische problemen.’

Vanheule: “Er is geen enkele reden om aan te nemen dat je niet kan herstellen van een psychose. Het kan je leven overspoelen, maar er zijn hefbomen om daaruit te geraken. Tegenover de idee dat iemand blijvend kwetsbaar is, staat vaak de overtuiging dat wie gezond is, nooit ziek zal worden. Ik begrijp de psychologische nood achter die redenering wel, maar ze is veel te simplistisch. In principe is iedereen vatbaar voor psychische problemen, ook ik.”

“In mijn boek definieer ik psychotische ervaringen als reacties op ontwrichtende gebeurtenissen, bijvoorbeeld misbruik tijdens je jeugd of plots op je eigen benen moeten staan. Iemand probeert iets uit te drukken wat voorheen nog niet lukte. Zo vervelt psychose tot een diepmenselijke ervaring. Een poging van je geest om zich te handhaven in een bijzonder moeilijke context.”

Herken je dit Peter?

Tomlinson: “Ik had een moeilijke kindertijd met verwaarlozing, geweld, zelfs verkrachting. Lange tijd begreep ik niet wat me overkomen was, al voelde ik wel dat er iets fout zat. De directe aanleiding van mijn psychose was een confrontatie met iemand uit die tijd. Diezelfde avond nog begonnen mijn gedachten wilde sprongen te maken. Alles keerde terug op een manier dat ik niet kan uitleggen.”

Hoe reageerde je omgeving?

Tomlinson: “Mensen namen afstand, sommigen hadden zelfs schrik om besmet te worden. Niemand begreep goed wat er gebeurde. Zo raakte ik iedereen kwijt. Gedurende de twee jaar dat ik echt ziek was, kwam slechts één iemand me opzoeken. Haar zag ik een keer per week.”

“Toen ik ziek was, maakte ik scènes op straat of ging ik in discussie met buurtbewoners. Mijn psychoses manifesteerden zich in het openbaar. Daardoor durf ik niet meer buitenkomen in mijn buurt, uit schrik dat mensen me nog steeds als ‘de psychoot’ zien. Eigenlijk zou ik beter verhuizen om een nieuwe start te maken.”

‘Ik moest stap voor stap uit de sociale woestijn proberen raken.’

“Ik gebruik vaak de metafoor van een oase in de woestijn. De oase zijn de wanen. De woestijn is mijn verwoest sociaal en professioneel leven. Pas toen ik dat perspectief kreeg, wist ik wat me te doen stond: stap voor stap uit de woestijn geraken.”

“Maar ik beschouw mezelf niet als psychosegevoeliger dan iemand anders. Ik geloof ook niet dat mijn psychoses terugkomen, zeker niet nu ik ze kan uitdrukken via gedichten. En, misschien nog belangrijker: nu ik die gedichten kan delen met anderen.”

Hoe heeft poëzie je geholpen?

Tomlinson: “Dichtregels gaven het onzegbare een plek. Toen ik een psychose kreeg, was mijn dochter dertien jaar. Ze raakte haar papa kwijt, ik kon niet meer voor haar zorgen. Dat was erg traumatisch. Pas toen ze mijn gedichten las, kreeg ze enige grip op wat er gebeurd was.”

They

There must be a they
That seemed clear
To explain the signals
To explain the fear

 Who are They
Was my constant question
Who were these servants
Of the new revolution

 And who was I
What was my role
In the secret movement
What part in the whole

 Must I fulfil
I couldn’t make out
But that there was a they
I had little doubt

(25 October 2015)

Vanheule: “Wat mensen verbindt zijn de verhalen waarmee we elkaar benaderen en van waaruit we dingen zonder meer aannemen. Bij een psychotische crisis valt die houvast weg. De realiteit krijgt daardoor een onheilspellend karakter. Begrijpelijk en coherent uitdrukken wat je ervaart, lukt niet meer en dat zorgt voor angst.”

“Zo ontstaat een kloof in het contact met anderen en dreigt uitsluitingsgedrag. Om die laatste reden is voor mensen met een psychose een gepaste expressievorm vinden cruciaal. Het kan de opgeblazen brug tussen jezelf en vrienden of familie herstellen.”

psychose
Stijn Vanheule: “Er is geen enkele reden om aan te nemen dat je niet kan herstellen van een psychose.”© ID / Lieven Van Assche

Kreeg je gepaste hulp tijdens je opname in de psychiatrie, Peter?

Tomlinson: “Neen. Als je in de grootste crisis van je leven zit, volstaan 45 minuten gesprektherapie per week niet. Tijdens mijn opname werd ik bovendien omringd door andere mensen in crisis. Is dat goed? Als psychose een breinziekte is, doet die context er niet zo veel toe, dan kan je mensen in nood gewoon laten samenhokken op een afdeling. Maar als je psychose begrijpt als het cumulatiepunt van een persoonlijke crisis, lijkt zo’n afdeling niet de beste plek om beter te worden.”

“Ik kreeg medicatie en nam deel aan muziek- en tekentherapie. Dat hielp soms, maar loste het fundamentele probleem niet op. Er was weinig ruimte om de inhoud van mijn psychose te exploreren.”

‘Als je in de grootste crisis van je leven zit, volstaan 45 minuten gesprektherapie per week niet.’

Vanheule: “Nochtans is dat cruciaal. Hulpverleners moeten trachten voeling te krijgen met wat de psychose uitdrukt. Vanuit welke pijnlijke ervaringen kon ze ontstaan? Waaraan probeert ze uiting te geven? Ga samen met je patiënt op zoek naar wat de stemmen, beelden, vormen of schijnbaar onlogische associaties betekenen. Dat je beter niet focust op de inhoud van een psychose is een groot misverstand.”

Waarom is dat zo belangrijk?

Vanheule: “Onbegrijpelijke associaties verliezen hun irrationaliteit als je ze leest als reacties op ontwrichtende ervaringen. Wie samen met zijn patiënt durft doorwerken op de inhoud van een psychose, krijgt gaandeweg voeling met de ontwrichtende situaties die de psychose triggerden. Zo kom je tot het basisprobleem.”

“Mensen moeten hun psychoses niet zonder meer ondergaan of ermee leren leven. Je moet als hulpverlener bereikbaarheid creëren. Een gedeelde taal zoeken waarin je kan spreken over de crisis die de psychose tot uitdrukking brengt. Daarnaast is een passende expressievorm belangrijk. Iets waaraan mensen ook na hun hulpverleningstraject kunnen vasthouden.”

 ‘Hulpverleners zijn soms een hinderpaal in het therapeutische proces, terwijl ze moeten faciliteren.’

“Ik merk op dat vlak nog koudwatervrees bij hulpverleners. We moeten hen beter opleiden rond hoe je de brug kan maken naar patiënten. Dat betekent ook: leren omgaan met je eigen angsten en vooroordelen. Je kan immers geen echt contact maken als je schrik hebt waarheen dat contact je zal leiden. Hulpverleners zijn soms een hinderpaal in het therapeutische proces, terwijl ze zouden moeten faciliteren.”

Is de huidige hulpverlening in staat om die intensieve begeleiding te bieden?

Vanheule: “Er worden stappen gezet, maar we zijn er nog niet. We hebben nood aan meer laagdrempelige opvanginitiatieven zoals Villa Voortman. Daar kan je altijd terecht voor een kop koffie en een gesprek, in een huiselijke setting. Vanuit dat basale gegeven ontstaat vertrouwen en verbinding. Je wandelt er binnen als mens, niet als een diagnose en je kan er deelnemen aan dagactiviteiten zoals koken of muziek maken. Dat zorgt voor een herstel van je contacten en je zelfgevoel.”

“Het draait om presentie. Ook Soteriahuizen vervullen die functie perfect. Het zijn kleinschalige therapeutische gemeenschappen die werken met minimale medicatie en optimale persoonlijke ondersteuning, zonder mensen te betuttelen. Wie er verblijft en het ‘s nachts lastig heeft, kan op elk moment beroep doen op deskundige hulpverleners. Kort op de bal spelen is cruciaal.”

Kost zo’n intensieve begeleiding niet meer geld aan de samenleving?

Vanheule: “Een opname in een psychiatrisch ziekenhuis kost vandaag al snel 14.000 euro per maand. Dat geld inzetten op meer kleinschalig initiatieven, met focus op het optimaal doorwerken van de crisis en opnieuw aansluiting zoeken bij anderen, zou heel wat onheil voorkomen.”

“In Nederland onderhandelde psychiater Jules Thielens met zorgverzekeraars. Hij vroeg om een deel van het geld dat naar ziekenhuizen ging, te investeren in De Brouwerij. Dat is een inloophuis vergelijkbaar met Villa Voortman. Het resulteerde in opvang die humaner en goedkoper was.”

‘Na een ziekenhuisverblijf kwijnen mensen vaak weg in eenzaamheid. Dat is niet gezond.’

Tomlinson: “Ik werk als vrijwilliger bij Villa Voortman. De werking voorkomt dat mensen opnieuw in opname belanden. Een psychose is een aanslag op je sociale netwerk. Na een ziekenhuisverblijf kwijnen mensen vaak weg in eenzaamheid. Dat is niet gezond. Wie constant alleen is, dreigt opnieuw uit elkaar te vallen. Je hebt anderen nodig om jezelf te kunnen zien.”

Vanheule: “Eenzaamheid maakt inderdaad kwetsbaar. Zowel in het ontstaan van een psychose, als nadien. Het is niet oké om na een psychiatrische opname thuis te komen in een leeg huis. Iemand die plots werkloos wordt, loopt na een tijdje thuiszitten ook de muren op. Je eigenheid terugvinden kan alleen maar in verbondenheid met anderen.”

Stijn Vanheule
Stijn Vanheule: “Onderzoek illustreert dat psychose en creativiteit twee zijden vormen van dezelfde medaille. Mensen die loskomen van algemeen aanvaarde conventies, denken, niet toevallig, vaak sterk out-of-the box.”© ID / Lieven Van Assche

Welke rol heeft de samenleving hierin?

Vanheule: “Ik zie een belangrijke rol voor buurtwerkingen en een goed uitgebouwde sociale economie. Iedereen heeft recht op een zinvolle tijdsbesteding en een plek waar hij kan samenwerken met anderen.”

“Maar de uitdaging stelt zich ook breder. Aan psychose kleeft een hardnekkig stigma. Men associeert het met gevaar en onbetrouwbaarheid. In de media schrijft niemand: ‘Loodgieter vermoordt vrouw’, maar wel ‘Echtgenoot vermoordt vrouw’. Het beroep van de echtgenoot doet er immers niet toe. En terecht. Maar waarom vermeldt men dan wel iemands psychische problematiek?”

‘Aan psychose kleeft een hardnekkig stigma.’

“De realiteit is: een psychische kwetsbaarheid maakt je veel vaker slachtoffer dan dader van geweld. Ik schreef mijn boek om vooroordelen te doorprikken en iedereen gevoelig te maken voor het diep-menselijke karakter van een psychose.”

“We hebben nood aan meer positieve verhalen. Onderzoek illustreert dat psychose en creativiteit twee zijden vormen van dezelfde medaille. Mensen die loskomen van algemeen aanvaarde conventies, denken, niet toevallig, vaak sterk out-of-the box. Misschien kan die wetenschap de brug met de ruimere samenleving herstellen.”

Hoe dan?

Vanheule: “Creativiteit die ontstaat vanuit een psychose, kan omstaanders diep raken. Dat komt omdat velen zich gevangen voelen in de conventies waaraan mensen in een psychose net ontsnappen. Wie vastzit in zijn job of gezin hunkert naar perspectieven die de blik verruimen, maar het is lastig om die te vinden. Mensen die een psychose doormaken, staan voor de omgekeerde uitdaging. Zij proberen opnieuw te aarden.”

“Wat beide groepen verbindt, is een worsteling met existentiële vragen. Wat betekent het leven in het licht van de dood? Hoe ga je om met lichamelijkheid? Wat is een relatie precies? Finaal worstelt iedereen met dat soort vragen. Alleen de manier waarop we antwoorden verzinnen, verschilt.”

“Psychotische overspoeling is het onvermogen om nog ordelijk te antwoorden op existentiële problemen. De oplossing is dan niet terugkeren naar die gedeelde conventies, wel experimenteren met nieuwe expressievormen. Dat kan zoals bij Peter poëzie zijn, maar voor anderen is het schilderkunst of op een aparte manier een moestuin onderhouden.”

“Voor de buitenwereld zijn die creatieve uitingen veel makkelijker te begrijpen dan een ongeremde cascade van associaties en waanbeelden. Als ze bevattelijk uitdrukking geven aan een vrije, originele manier van denken, raakt dat een gevoelige snaar bij de groep mensen die zich ingeperkt voelt. Zo ontstaat opnieuw verbinding.”

Waarom een psychose niet zo gek is

Het verhaal achter hoop en herstel

Stijn Vanheule

LannooCampus | 2021 | 200 pMeer info

Posted in diagnoses, herstel, interview, psychosen, recovery, subjectiviteit, waanzin | Reacties uitgeschakeld voor Een psychose is niet gek. Het is een poging van je geest om zich te handhaven in een moeilijke context’

interview door Peter Dierinck voor Te Gek

Op 6 oktober 2021 interviewde Peter Dierinck me voor Te Gek over mijn nieuwe boek. Je kan dat hier opnieuw beluisteren. Check zeker ook de andere gesprekken van die avond, met Laura De Houwer, Leni Vangoidsenhoven en Marc Calmeyn.

Te Gek!? · Te Gek Voor Woorden – Stijn Vanheule – Waarom Een Psychose Niet Zo Gek Is

Posted in Geen categorie, herstel, interview, Lacan, pleidooi voor kliniek, psychosen, recovery, subjectiviteit, waanzin | Reacties uitgeschakeld voor interview door Peter Dierinck voor Te Gek

Leven met een psychose: ‘Ik dacht dat de Zwitsers me te pakken hadden’

Leef Magazine publiceerde op 19/10/2021 een interview over psychose met Sven unik-id en mezelf. Je kan het hier nalezen en ook op: https://www.leefmagazine.be

Wat als iemand je zegt dat wat je verleden jaar hebt meegemaakt, nooit echt gebeurd is? Het is een boodschap die beeldend kunstenaar Sven unik-id nog steeds aan het verwerken is. Samen met professor Stijn Vanheule, auteur van Waarom een psychose niet zo gek is, vertelt hij wat het is om een psychose te hebben en hoe anderen daarmee om kunnen gaan. Tekst: Michiel Verplancke Beeld: Lieven Van Assche Leestijd: 8 minuten

Sven unik-id en Stijn Vanheule over psychose

Een stenen speelplaats, twee houten picknicktafels en een metalen constructie die tot in de Schelde loopt. Speciaal voor dit interview hebben we afgesproken in Sint-Lodewijk, een organisatie in Wetteren die aangepast onderwijs en verblijf biedt aan mensen met een beperking.

Opvallende details

Een droomwereld. Het lijkt niet toevallig gekozen. Kunnen we een psychotische ervaring zo het best omschrijven?

‘Niet helemaal, het is eerder als een filmwereld’, legt Stijn uit. ‘Een filmwereld waarin soms de regisseur of de scenarist het laten afweten. Andere keren komt er plots een tweede film tussen gefietst. Je voorstellingsvermogen schiet alle kanten op. Dat wil niet zeggen dat zo’n ervaring begint met spectaculaire waanbeelden en hallucinaties. Het begint eerder klein.’

Hoe begon jouw psychotische episode, Sven?

Sven: ‘Ik sportte veel in die tijd. Ik fietste semiprofessioneel, maar merkte dat mijn hartslag steeds hoger klom en ik nog moeilijk tot rust kon komen. Ook in slaap vallen was moeilijk. Die fysieke uitputting heeft volgens mij een deur opengezet.’

‘Ik werd onrustig. Dingen die me vroeger niet opvielen, deden dat nu wel. Geuren en kleuren werden intenser. Toen ik een kunstexpositie bezocht, kwam alles veel harder binnen dan gewoonlijk. Ik was erg geagiteerd. Mijn vrienden moesten me kalmeren, ook tegenover de kunstenaar.’

Herken je dit verhaal, Stijn? Komt dit vaak voor bij een psychose?

Stijn: ‘Dat is inderdaad kenmerkend. Er komt een soort van bevreemding over je. De werkelijkheid lijkt plots anders te zijn dan je dacht doordat bepaalde zaken meer beginnen op te vallen. Dat kan bijvoorbeeld zintuiglijk zijn: smaken, geuren, geluiden …’Een psychotische ervaring komt vaak voor als mensen worden uitgedaagdStijn Vanheule

Sven: ‘Het lijkt op een trechter die opengaat. Het geluid van de tractor verderop is niet zomaar een geluid. Dat is een trilling die iets betekent. Die vormt het begin van een nieuw verhaal.’

Stijn: ‘Maar het kunnen ook concrete details zijn die opvallen en die mensen associatief met elkaar verbinden. Stel dat het vandaag de 13e is. Iemand met een psychose zou langs een huis met huisnummer 13 kunnen rijden en die twee met elkaar verbinden. Of zelfs met vrijdag de 13e. Plots lijkt er iets vreemd te zijn met dat huis. Op zo’n moment begint die persoon een eigen wereld te creëren die niet meer strikt logisch georganiseerd is, maar associatief.’

‘Vergeet niet dat de werkelijkheid eigenlijk voor niemand vanzelfsprekend is. De mens maakt die vanzelfsprekend door gezamenlijke verhalen te vertellen, door regels op te stellen. Daarom komt een psychotische ervaring vaak voor als mensen op zo’n manier worden uitgedaagd dat ze einde verhaal zijn en hun houvast weg is.’

‘Op dat moment kun je je niet meer oriënteren op de verhalen die je gewoonlijk als kompas gebruikt. Als er dan bepaalde details met elkaar verbonden lijken te zijn, kun je die overmatig veel betekenis geven en volledig opgaan in de dwingende associatieve verbanden die je legt.’

Complottheorie

Door zulke verbanden te leggen werd jij plots achtervolgd door Zwitsers, Sven?

Sven: ‘Ik heb inderdaad een verhaal gekoppeld aan de details die me opvielen. Een Zwitsers farmaciebedrijf ging een nieuw geneesmiddel op de markt brengen. Daarover had ik iets ontdekt. Ik was een radartje in hun machine van winstbejag en ze manipuleerden me. Dat ging gepaard met een groot gevoel van paranoia. Hoe meer ik die samenzwering probeerde bloot te leggen, hoe meer signalen ik zag dat ze mij tegenwerkten. Het verhaal slokte me helemaal op.’Hoe meer ik die samenzwering probeerde bloot te leggen, hoe meer signalen ik zag dat ze mij tegenwerktenSven unik-id

‘Toevallig was ik in die periode ook geselecteerd om in het publiek van het tv-programma Schalkse Ruiters te zetelen. Dat publiek had een actieve rol in het programma. Ik wilde daar mijn kans grijpen om de Zwitsers aan de galg te praten. Maar de producers van het programma merkten dat er iets aan de hand was en na de derde aflevering werd mij de toegang ontzegd. Dat versterkte het verhaal alleen maar. De Zwitsers hadden ontdekt wat ik van plan was.’

‘Het ging zo ver dat ook mijn ouders voor die firma bleken te werken. Dat is zo’n levensechte ervaring, een vertrouwensbreuk die in mijn hersenen genesteld zit. De band met mijn ouders is nog altijd niet volledig hersteld.’

Stijn: ‘Het is typisch dat er in zo’n situatie afstand ontstaat tussen mensen. De andere is niet betrokken bij wat jij ervaart. Die begrijpt er niets van. Omdat je geen gemeenschappelijk verhaal meer hebt, verlies je een verbondenheid. Als je dingen ziet en ervaart die niemand anders ervaart, dan raak je geïsoleerd.’

Sven: ‘Dan daalt er een grote eenzaamheid op je neer.’

Stijn: ‘Dat moet erg beangstigend zijn, zo alleen komen te staan. Dat maakt het heel lastig om een psychose te hebben.’

‘Door dat gebrek aan verbondenheid ontstaat er ook angst bij de omgeving. Mensen herkennen hun partner niet meer, ze begrijpen niet meer waar hun kind mee bezig is. Sommige zaken lijken bizar. Er ontstaat een crisisgevoel en de meesten willen ingrijpen om hun geliefde weer ‘normaal’ te maken. Maar iemand dwingen heeft een averechts effect. Die ziet dat als een extra teken dat er iets veranderd is. Zie je wel, ze behandelen me plots anders dan normaal. Je komt nog meer alleen te staan’

Sven: ‘Mij zijn ze met verschillende ambulances komen ophalen op de ring rond Leuven. Op dat moment kon ik inderdaad alleen maar denken: Ze hebben me te pakken, de Zwitsers.’

Psychose verwerken

Hoe kan de hulpverlening dat eerste contact wel tot een goed einde brengen?

Stijn: ‘Vaak loopt het fout, omdat dat eerste contact overkomt als een machtsontplooiing. Ze willen de persoon met een psychotische episode in bedwang houden. Maar hulpverleners moeten op een zachte manier proberen een connectie te vinden met die persoon.’ 

‘Ambulanciers en agenten houden bij een eerste confrontatie het best eerst fysiek afstand en zoeken met woorden een ingang. Zo kunnen ze een spoor proberen te openen voor andere hulpverleners die dan zorg kunnen bieden.’

Stijn Vanheule en Sven unik-id in gesprek

‘Je raakt het vlotste uit een psychose dankzij goede ontmoetingen. Door mensen die jou en je associatieve ideeën respecteren. Te vaak zeggen hulpverleners: Maar wat je nu vertelt is niet waar. Dat heeft geen zin.’

‘Luister ernaar, maar voeg ook toe dat er nog iets anders is in de werkelijkheid. Praat over muziek en voetbal, over andere dingen die jullie wel delen. Zo kan er weer een connectie ontstaan.’

Sven: ‘Dat gaat traag. Ze hebben mij toen naar een instelling gebracht, maar ik was nog steeds intens bezig met mijn eigen verhaal. Ik bleef op mijn hoede. Als er een nieuwe verpleegkundige begon, vermoedde ik kwaad spel van de Zwitsers.’

‘Door therapie en de juiste dosis geneesmiddelen, begon ik stilaan te beseffen dat er iets gebeurd was. Ik was ook zo ontgoocheld in mezelf. Al mijn vrienden studeerden af en ik zat op mijn 21ste 2 jaar lang in een instelling. Daar voelt een korte tijd snel heel lang. Alsof je niets nog kunt inhalen. Weinig mensen kwamen me bezoeken. Dat versterkte het gevoel dat ik zo vreemd was.’

Hoe leg je iemand uit dat de werkelijkheid niet werkelijk is?

Stijn:  ‘Zo’n genezingsproces is voor iedereen individueel. Een goede professionele begeleiding helpt je om wat afstand te nemen van de dwingende verbanden die je in een psychose hebt gelegd, zodat je tot rust kunt komen.’

‘Dat is een proces, waarbij zorgverlener en patiënt op vlak van medicatie bijvoorbeeld samen de juiste dosis moeten zoeken. Antipsychotica mogen geen zombie van je maken, maar kunnen helpen om jezelf niet meer te verliezen in allerlei wilde gedachten.’Als je mensen met een psychose aanspreekt op hun sterktes, dan nodig je hen uit om hun plek weer in te nemen in de samenlevingStijn Vanheule

‘Die begeleiding draait daarnaast rond die positieve ontmoetingen, zoals een psychiater die je op weg helpt om weer aarding te vinden in je omgeving. Iedereen heeft sterktes, ook mensen met een psychose. Als je mensen daarop aanspreekt, dan nodig je hen uit om hun plek weer in te nemen in de samenleving zonder dat het altijd over die psychose hoeft te gaan.’

Sven: ‘De psycho-analist wist dat ik tuin- en landschapsarchitectuur aan het studeren was. Hij stelde me voor om het binnentuintje waar ik elke dag op uitkeek aan te pakken. Dat was toen gewoon een saai stukje gras. Hij voegde er wel aan toe dat ik dat niet als tuinarchitect moest bekijken, maar met de bagage die ik ondertussen had opgedaan. Mijn psychose.’

‘Tijdens die gesprekken, onder andere over die bagage, begreep ik meer en meer wat een psychose inhield. Dat die niet zomaar ontstaan is, maar door mijn ongewone thuissituatie. Op die manier verweef ik die werkelijkheid terug met de mijne.’

‘In dat tuintje liet ik ook 2 werkelijkheden samenkomen. Ik wilde eerst dat plekje kennen. Heel nauwgezet ging ik meten met een vouwmeter van 2 meter. Dat was mijn universum, regels die ik begreep en waar ik terug vat op kreeg.’

‘Maar ik keek er wel met nieuwe ogen naar. Vroeger zou ik een vierkantje afgemeten hebben en dat vervolgens ergens anders gekopieerd. Maar voor mij was dat intussen een bijzondere plek, en dat wilde ik ook aan andere laten zien.’    

Stijn: ‘Een psychose kom je enerzijds te boven door te begrijpen wat je psychologisch evenwicht verstoorde, en daarbij ook te accepteren dat je bepaalde dingen wel en niet snapt, net zoals iedereen trouwens. Anderzijds door aan de slag te gaan met je nieuwe perspectief, met dat creatief potentieel.’ 

Kracht en kwetsbaarheid

Hoe ga je aan de slag met dat nieuwe perspectief?

Stijn: ‘Je kunt de associatieve manier van denken uit een psychose ook omzetten in creativiteit en iets nieuws uitdenken. Ook een kunstenaar werkt zo. Die verwondert zich over een detail en gaat daarmee aan de slag in een toneelstuk, muziek of een kunstwerk.’Door je nieuwe perspectief kun je voor anderen een meerwaarde zijnSven unik-id

‘Door iets te creëren schep je weer verbondenheid met anderen. Op Sint-Lodewijk zetten de leerkrachten de installatie van Sven in op kantelpunten. Bij de start van een nieuw schooljaar, maar ook bij het overlijden van een collega.’

‘Dat zijn momenten waarop je oude verhaal niet meer werkt. Op dat moment zijn we geraakt in ons mens-zijn en kunnen de creatieve verbanden uit kunst helpen. Omdat dat een vorm is die iedereen toelaat zelf een verhaal te vertellen.’

Sven: ‘Als je een psychose hebt gehad, krijg je een vorm van vrijheid. Het is een deel van jezelf geworden, waarmee je ook voor anderen een meerwaarde kunt zijn. Dat is heel bijzonder.’

Stijn: ‘De persoon met een psychose beseft dat die mee betekenis kan geven in het leven van anderen. Dat helpt om een zinvolle plek te vinden in de samenleving.’

Kan iedereen een psychose krijgen?

Stijn: ‘Iedereen heeft een gevoeligheid onder extreme stress. De ene zal depressief worden, de andere zal drinken. Sommigen zullen de werkelijkheid anders beleven.’

‘Als er iemand bevreemdt van de werkelijkheid, is er altijd een trigger. Maar we kunnen die niet voorspellen. We kunnen dat enkel achteraf begrijpen. Soms is dat een negatieve trigger, maar soms ook een positieve.’

‘Ik ken bijvoorbeeld het verhaal van iemand die met vlag en wimpel is afgestudeerd in de rechten, maar een psychotische episode krijgt als die in de rechtbank moet gaan staan.’

‘Het feit dat een mens zichzelf kan verliezen, toont dat wij niet samenvallen met de werkelijkheid. Een dier reageert instinctief. Die denkt niet na over een boom, die is er gewoon.’

Sven: ‘Een vogel mijmert niet.’

Stijn: ‘Terwijl ik kan zien dat de boom droge takken heeft en misschien wel aan het sterven is, maar ook dat het zalig moet geweest zijn om er deze zomer onder te zitten. Wij gebruiken zulke gedachten om de wereld en onszelf een plek te geven. Dat is het creatieve potentieel van de mens. Dat is onze kracht en onze kwetsbaarheid.’

Sven: ‘Dat kun je ook bewonderen.’

Stijn: ‘Als je zoiets met een zekere verwondering kunt bekijken, kun je er meer zijn voor iemand. Zo heeft die persoon niet het gevoel dat die de enige is die het niet begrijpt. Dan kun je er met 2 verwonderd naar kijken.’

Stijn Vanheule is professor klinische psychologie en psychoanalyse aan Universiteit Gent en bestuurder van PsychoseNet België. Zijn boek Waarom een psychose niet zo gek is. Het verhaal achter hoop en herstel is verschenen bij LannooCampus en zowel online als in de boekhandel te verkrijgen.  

Posted in Geen categorie | Tagged , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Leven met een psychose: ‘Ik dacht dat de Zwitsers me te pakken hadden’

‘Pillen helpen, maar belangrijker is opnieuw een doel te vinden’

Voor De Standaard van 26 november 2021 interviewde Veerle Beel me over psychose en PsychoseNet.

“De Vlaamse site psychosenet.be is een jaar zelfstandig actief. Daarvoor was ze drie jaar vastgehaakt aan het Nederlandse voorbeeld van psychiater Jim Van Os. De klinisch psychologen Inez Germeys (KU Leuven) en Stijn Vanheule (UGent) ondersteunen mee het initiatief. Die laatste schreef onlangs het boek ‘Waarom een psychose niet zo gek is’ (LannooCampus).

Veel mensen denken net dat psychose heel gek is: wie eraan lijdt, doet raar.

Vanheule: ‘Wie aan een psychose lijdt, beleeft stukken van de werkelijkheid op een manier die niet overeenkomt met hoe anderen die ervaren. Je kan stemmen horen, cryptische boodschappen menen te vinden in de lottocijfers of denken dat je echt praat met God. Het is een extreme stressreactie en dus des mensen. Aan de basis liggen niet alleen genetische gevoeligheden, zoals vroeger werd gedacht. Kantelmomenten in het leven, zoals afstuderen, je eigen weg moeten zoeken, een kind krijgen of je partner verliezen kunnen tot een psychotische opstoot leiden.’

Hoeveel mensen zijn er gevoelig voor?

‘Twee procent van de bevolking zal op een zeker moment in zijn leven last hebben van een acute psychose, waarbij psychiatrische zorg nodig is. 15 procent heeft ooit psychotische ervaringen. Daarom moeten we absoluut komaf maken met het stigma: het is niet zo gek als je denkt nog tegen je partner te kunnen praten wanneer je die onverwacht verliest en je wereld instort. Als je alle houvast kwijtspeelt, kan dit je overkomen.’

We kennen psychose ook uit drama’s als die van Jonathan Jacob, de jongeman die in de cel overleed nadat hij was opgepakt wegens oncontroleerbaar gedrag.

‘Dat is een tragisch voorbeeld van hoe iemand die aan psychose lijdt, niet de weg vindt naar gepaste zorg. De kennis over psychose is ook vandaag nog niet zo breed verspreid. Daarom is er dit internetplatform. We richten ons tot patiënten, familieleden en hulpverleners. Wie informatie zoekt of hulp vraagt, kan bij ons terecht. Er staat een team van mensen met expertise klaar, om snel, correct en direct te antwoorden.’

Is psychose te genezen?

‘Nog zo’n vooroordeel is dat je er nooit meer van afraakt. Gezien het niet alleen om een erfelijk probleem gaat, maar ook sociale factoren meespelen, is preventie en opvang heel belangrijk. Zo weten we dat een trauma in de jeugd, cannabisgebruik, behoren tot een minderheidsgroep en grootstedelijke eenzaamheid risicofactoren zijn.’

‘Het antwoord daarop is mensen opnieuw verbondenheid te laten ervaren. Hen helpen om weer in te haken op het leven, op sociale contacten, op zingeving. Want het is net wanneer je dat alles verloren bent, wanneer alle verhalen in jezelf stilvallen, dat de werkelijkheid tegen jou begint te praten. Pillen kunnen helpen, er zijn goede antipsychotica. Maar dat mag nooit het enige antwoord zijn. Belangrijk is dat mensen weer aansluiting vinden bij verhalen, opnieuw een doel vinden in het leven en zin ervaren. Zo verdwijnen de symptomen meestal naar de achtergrond.’”

Posted in herstel, interview, psychosen, recovery, waanzin | Reacties uitgeschakeld voor ‘Pillen helpen, maar belangrijker is opnieuw een doel te vinden’

Wat de psychose van Chovanec ons leert over hulpverlening

Voor De Standaard van Woensdag 29 september 2021 schreef ik het volgende opiniestuk:

Enkele agenten dragen Jozef Chovanec weg op de tarmac van de luchthaven van Charleroi

Begin deze week vond de reconstructie plaats in de zaak rond Jozef Chovanec. De Slovaakse man belandde in februari 2018 in een politiecel na een incident in een vliegtuig. Hij gedroeg zich vreemd. Zo sloeg hij zijn hoofd tot bloedens toe tegen een muur.

De beelden van de tussenkomst in zijn cel zijn stuitend en tonen hoe weinig ervaring de hulpverleners hadden met zo’n crisis. Het gezicht van Chova­nec werd bedekt met een deken, een agent zat minutenlang op zijn borstkas en hij kreeg vernederende boodschappen te verwerken. De man kreeg een hartstilstand, belandde in een coma en drie dagen later was hij dood.

Deze zaak houdt ons een spiegel voor. Alles wijst erop dat Chovanec op dat moment een psychotische episode doormaakte, waarbij hij extreem opgewonden reageerde op zijn omgeving. De aanwezige hulpverleners gingen daar niet goed mee om, waardoor de situatie snel escaleerde. Dat is tragisch, maar niet verwonderlijk. Veel politieagenten, brandweerlieden en ambulanciers weten alleen uit eigen ervaring hoe ze rustig en effectief moeten tussenbeide komen bij iemand in een acute psychose.

Sommige korpsen doen het goed, maar globaal ontbreekt op de werkvloer een kader dat interventie­diensten houvast biedt. Daardoor zijn uitschuivers bijna niet te vermijden. Hardvochtige behandelingen komen niet voort uit onwil, maar uit onwetendheid en angst. Alleen een beter begrip van wat een psychose met iemands belevingen doet, kan dat counteren.

Voor wie een psychose heeft, voelt de realiteit helemaal anders aan. Plots fluisteren stemmen boodschappen, wordt alles om je heen bedreigend, of ervaar je in je eigen gedrag impulsen die je gedachten en gevoelens op hol doen slaan. Dat zaait verwarring. Aan de ene kant ervaar je de wereld op een gewone manier, aan de andere kant ontvang je vreemde signalen die tonen dat er iets grondig fout zit. Dat is angstaanjagend. Sommigen reageren radeloos, want hoe ga je om met een wereld die je deels niet meer herkent?

Omstanders voelen die verwarring en radeloosheid ook. Hulp­verleners voelen zich niet op hun gemak. Ze kunnen zich niet goed inleven in hoe iemand op zulke momenten denkt en reageert, waardoor er minder verbondenheid ontstaat. Dat zet de deur open naar een kille en brutale bejegening, of naar lacherige reacties. Het klinkt onheus om zo te reageren op iemand­ met problemen, maar in de praktijk is het een onhandige manier om eigen angsten te bedwingen. Stoer en lacherig doen geeft een vals gevoel van controle over moeilijke situaties. Maar achteraf houden velen er een kater aan over.

Onderzoek leert dat een harde en kille aanpak bijzonder contraproductief is voor wie in een crisis verkeert. Iemand die zich door psychotische ervaringen al bedreigd voelt, krijgt het door dwingende opmerkingen of spottende reacties vanuit zijn omgeving nog benauwder. Bij sommigen escaleert hun bizarre gedrag daardoor nog verder. Anderen lopen via die weg trauma’s op waarvan ze moeizaam herstellen.

Onderzoek leert ook hoe het wel kan. Wat écht werkt in dit soort situaties, is geweldloos en respectvol communiceren. Zelfs wanneer iemand beschermd moet worden tegen zichzelf of afgezonderd moet worden, is het belangrijk om contact te houden. Dat doe je door rustig te blijven praten over feitelijke dingen en altijd respect te tonen voor wat iemand beleeft.

Tijdens een psychotische crisis snakken mensen naar een basis van vertrouwen en veiligheid. Maar hun angst en verwarring beletten hen om daar passend uitdrukking aan te geven. Hulpverleners die verbondenheid opzoeken, maken een verschil. Na verloop van tijd blikken mensen die een psychotische crisis hebben doorgemaakt positief terug op betrokken en respectvolle hulpverleners. Hun omgangsstijl stimuleert hen om de draad van hun leven opnieuw op te pikken.

Gelukkig heeft de politie intussen een plan om haar personeel te vormen. Hulpverleners moeten veel beter opgeleid worden om met psychiatrische crisissituaties om te gaan. Zo niet, dreigen incidenten zoals met Chovanec, of zoals met Jonathan Jacob in 2010, zich te herhalen.

Laat hulpverleners kennis­maken met de leefwereld van iemand die een psychose doormaakt. Leer hun hoe ze een goede omgangsstijl moeten uitbouwen. En creëer een klimaat van vertrouwen waarin ze open mogen reflec­teren over moeilijke praktijk­situaties. Zowel agenten als patiënten zullen daar baat bij hebben.

Posted in psychosen, recovery, waanzin | Reacties uitgeschakeld voor Wat de psychose van Chovanec ons leert over hulpverlening

Interview over ‘Waarom een psychose niet zo gek is’

Het tijdschrift Boekenmagazine interviewde me voor het nummer september-oktober 2021 over mijn nieuwe boek ‘Waarom een psychose niet zo gek is’.

Je kan het interview hier lezen:

Posted in film, herstel, interview, Lacan, pleidooi voor kliniek, psychosen, recovery, subjectiviteit, waanzin | Reacties uitgeschakeld voor Interview over ‘Waarom een psychose niet zo gek is’

Waarom een psychose niet zo gek is

Op 10 september 2021 verschijnt mijn nieuwe boek ‘Waarom een psychose niet zo gek is’. In begrijpelijke taal en met veel verwijzingen naar literatuur, films, autobiografieën en persoonlijke verhalen van patiënten schets ik wat psychotische ervaringen precies zijn en hoe iemand die kan te boven komen.

Hier kan je alvast de proloog lezen:

“In een psychose staat de wereld op zijn kop: onhoorbare stemmen fluisteren verwarrende boodschappen, de realiteit gedraagt zich vreemd, en anderen lijken doordrongen van duistere bedoelingen. Lastig, zowel voor wie het zelf meemaakt als voor betrokkenen. Maar wat is een psychose nu echt? Kun je grip krijgen op wat iemand dan doormaakt? Of zit zijn hoofd vol met onzin? En hoe kan het trouwens dat wanen, hallucinaties of andere bevreemdende ervaringen je gedachten compleet op hol doen slaan? Met deze moeilijke vragen ga ik in dit boek aan de slag.

Om voeling te krijgen met de leefwereld van een psychose, kun je beter niet blijven hangen in de vaststelling dat zoiets vreemd is. De vreemdheid van psychotische belevingen ligt voor de hand. Wie nooit geheime boodschappen hoorde in het radiojournaal, of nooit persoonlijk meemaakte dat woorden plotseling geen betekenis meer hadden, vindt het raar dat een ander wél iets dergelijks ervaart. Wil je die kloof overbruggen, dan is het beter om psychotische belevingen als een diepe crisiservaring te bekijken. Een psychose is een crisis waarin de werkelijkheid een onwerkelijk karakter krijgt. Woorden zorgen dan niet langer voor houvast in het denken, en vertrouwde verhalen verliezen hun dragende kracht, met allerlei bevreemdende ervaringen tot gevolg.

Dat zoiets in wezen mogelijk is, kan verwondering wekken. Spreken en verhalen vertellen doen we toch allemaal? Is een psychose dan iets dat iedereen kan overkomen? In elk geval toont het dat taal en verhaal cruciaal zijn om betekenis te verlenen aan wat we meemaken, want vanzelfsprekend is onze werkelijkheid nooit. Wíj maken haar sprekend, eenvoudigweg door zelf te spreken. Spreken wil zeggen dat we woorden met gebeurtenissen vermengen tot gedachten, die we op hun beurt gebruiken als bouwstenen voor verhalen. Verhalen die we eerst aan onszelf vertellen en later hardop ook aan anderen, of omgekeerd.

Verhalen strijken de hinderlijke plooien van de realiteit glad. Met woorden en gedachten zoeken we naar waarheid en betekenis, naar vrijheid en verbondenheid. In het beste geval helpen verhalen ons om gebeurtenissen bevattelijk te maken en de werkelijkheid aanvaardbaar te vinden. Niet volledig uiteraard, maar toch voldoende om niet radeloos te worden. Genoeg ook om met anderen te kunnen delen wat ons beroert, wat op zijn beurt zorgt voor verbondenheid.

Dat lukt niet altijd. Soms zijn verhalen te arm voor de complexe werkelijkheid of zijn gebeurtenissen te woest voor onze woorden. ‘Zoiets is toch onvoorstelbaar’, zeggen we dan. Niet in voorstellingen te vatten, te overspoelend, te onbevattelijk om met taal te laten versmelten tot ordelijke gedachten. Op dat moment kraakt de verhalenverteller. En als hij kraakt, kraken ook zijn belevingen. Dat stuurt het bewustzijn in de war en plaatst een sterk associatieve manier van denken op de voorgrond. De gevolgen daarvan zijn niet min. De realiteit krijgt een onheilspellend karakter en alles wat iemand meende te kennen en waarop hij vertrouwde, zichzelf incluis, raakt grondig verstoord. Tot hij er bijna gek van wordt, of zelfs helemaal gek.

Over die crisiservaring gaat dit boek. Ooit fluisterde een collega me in dat Wei Jie, het Chinese karakter voor crisis, ook verwijst naar kans en uitdaging. Die gedachte is zo mooi dat ik ze niet meer uit mijn hoofd krijg. Want dat is een psychose ook: een kans en een uitdaging om anders met anderen, verhalen en ideeën om te gaan. Een kans om ook de onzin van het leven een eigen plek te geven. Gelukkig leerde ik die gedachte eveneens van binnenuit te begrijpen via Mario, een jongeman met het syndroom van Down die ik aan het begin van mijn loopbaan als klinisch psycholoog ontmoette. Meer daarover in het eerste hoofdstuk.

In de vier hoofdstukken die daar nog op volgen, onderzoek ik in detail hoe allerlei discrete en manifeste psychotische ervaringen begrepen kunnen worden. Ook leg ik uit waarom hallucinaties en wanen pogen om orde te scheppen in een gedachtewereld zonder verhaal, en bespreek ik op welke uitdagingen een psychotische crisis precies een antwoord vormt. In het laatste hoofdstuk onderzoek ik tot slot waarom verbindend spreken en creativiteit een uitweg uit de waanzin kunnen bieden.”

Posted in film, Geen categorie, herstel, Lacan, pleidooi voor kliniek, psychosen, recovery, subjectiviteit | Tagged | Reacties uitgeschakeld voor Waarom een psychose niet zo gek is

Iedereen braaf en normaal? Over de boeken van Brenda Froyen en Laura De Houwer

Deze boekbespreking werd ook gepubliceerd in het tijdschrift ‘Psyche’ en op de website psychosenet.be

Op amper zes maanden tijd kwamen twee boeken uit die niets minder zijn dan een klap in het gezicht van iedereen die dacht dat Vlaanderen excelleert met haar hoogstaande psychiatrische hulpverlening. De ambitie om goede kwaliteit te realiseren staat beslist hoog op de beleidsagenda. Organisaties zwaaien met zorgvisies en houden kwaliteitsindicatoren bij. Overheden op hun beurt maken zich sterk dat ze enkel geld geven aan wie degelijke zorg biedt. Goede bedoelingen vinden we overal. Deze omzetten in een betrokken dienstverlening is een ander paar mouwen.

De twee boeken waar ik naar verwijs, zijn Ben ik dan nu weer normaal?, waar Brenda Froyen eind 2020 mee naar buiten kwam, en Ik moest braaf zijn van Laura De Houwer. Dat laatste boek heeft als ondertitel Veertig dagen opname in de psychiatrie en werd in maart 2021 gepubliceerd.

Het werk van Brenda Froyen kennen we al langer. In 2014 trad ze op de voorgrond met haar boek Kortsluiting in mijn hoofd. Daarin brengt ze het verslag van haar kraambedpsychose uit 2012, en van de moeizame zoektocht naar een nieuw evenwicht. Episodes van gedwongen hulpverlening wisselen er zich af met een pijnlijk eenzame strijd om ondersteuning te krijgen op maat van wat ze wil en nodig heeft. Nadien volgden het boek Uitgedokterd, waarin ze voorbij haar eigen verhaal met lotgenoten en professionals in dialoog gaat, de novelle Lena waarin ze even in de rol van een verpleegkundige stapt, en Psst, een kinderboek over psychische problemen.

Stuk voor stuk werken die wanpraktijken aan de kaak stellen en een lans breken voor een open dialoogcultuur. Ze pleit voor hulpverleners die toegewijd luisteren, die helpen zoeken naar houvast in onzekere tijden, en die bovenal rustig en begrijpend nabij blijven, zolang iemand daar nood aan heeft.

Tussen het schrijven van die boeken door engageerde Brenda Froyen zich in het publieke debat. Ze gaf onder meer lezingen, toerde met Stefaan Baeten met een theaterstuk over haar eerste boek, schreef opiniestukken, zette Psychosenet België op poten, organiseerde mee een academische opleiding herstelgerichte GGZ, en participeerde in een werkgroep over psychiatrische diagnostiek binnen de Hoge Gezondheidsraad.

Tot er medio 2019 een veer knapt naar aanleiding van een debat met artsen over het adviesrapport inzake psychiatrische diagnostiek van de Hoge Gezondheidsraad. In Ben ik dan nu weer normaal? schrijft ze daarover het volgende: “Het debat confronteerde me met een kant van de geestelijke gezondheidszorg waarvan ik wist dat die bestond –

Ik had het allemaal meegemaakt in 2012: de zelfingenomenheid, de weinig kritische instelling, niet de belangen van de patiënt maar wel die van de hulpverlener die vooropstonden”.

Ik zat naast haar aan tafel tijdens dat debat in 2019.  Hooggeschoolde collega’s mikten niet op de bal, maar schopten wild om zich heen en stelden vragen bij de legitimiteit van wat onder meer Brenda Froyen inbracht. Wellicht voelden ze zich bedreigd door wat het rapport inhoudelijk aangeeft over het voorzichtiger gebruik van psychiatrische nomenclatuur, en over het werken met het verhaal van wie hulp zoekt. Ze hadden nochtans alle kansen gekregen om mee te werken aan de adviesnota. In haar boek geeft Brenda Froyen weer dat deze ontgoochelende confrontatie haar de zin ontnam om nog verder op de barricades te staan voor goede psychiatrische zorg.

Vrij brutaal botste ze meermaals op een sluipend probleem die onze GGZ sinds haar begindagen kenmerkt: macht. Michel Foucault beschreef dat probleem als geen ander. Machtsdynamieken waren reeds aanwezig bij de oprichting van de eerste psychiatrische voorzieningen. Patiënten moesten zich onderdanig opstellen ten aanzien van beter wetende professionals en gedwee de vele leefregels uit de voorziening volgen. Wie weigerde, werd nog zieker verklaard of buitengezet. Emancipatie-initiatieven die hiërarchische gehoorzaamheid in vraag stelden, en zorgden voor inspraak en vermaatschappelijking, temperden die machtsuitoefening. Toch blijft machtsgebruik als een schaduw rondwaren binnen onze GGZ-voorzieningen.

Brenda Froyen ontmoette die donkere zijde eerst bij haar opname in 2012 en vervolgens nog een aantal keer opnieuw, toen ze het vanuit een veel ruimere betrokkenheid opnam voor wie hulp nodig heeft. Die macht maakt van (ex-)patiënten B-burgers; een aparte categorie mensen waar een professional zich mag boven plaatsen. Zoiets maakt iemand monddood en herleidt hem tot rondwandelende stoornis.

Ben ik dan nu weer normaal? is beslist een ironische titel, waaronder een boek schuilt waar zowat iedereen inspiratie kan uit putten én aanstoot kan aan nemen. Alles hang af van hoe je het leest. Of het nu gaat over hoe je medicatiegebruik kan afbouwen, hoe je herstel kan definiëren, wat het probleem is met isoleercellen, waarom er vraagtekens te plaatsen zijn bij euthanasie omwille van psychische lijden, of waarom het inzetten van ervaringsdeskundigen slechte therapeuten uit de wind zet: Brenda Froyen zegt ongezouten wat ze denkt. En toch is het boek geen klaagzang. Daarvoor zitten er te veel suggesties in die ons alert maken voor hoe het wél kan. Een humane psychiatrie is mogelijk, op voorwaarde dat stigmatisering wordt doorbroken en we mensen met problemen warm onthalen en aandachtig beluisteren.

Net zoals in haar eerst boek is Brenda Froyen ook deze keer heel open over eigen ervaringen. De kraambedpsychose is intussen reeds een tijd geweken en nu heeft ze het bijvoorbeeld over hoe ze omgaat met innerlijke onrust, terugblikt op vroegere waandenkbeelden of afstemt met haar man en kinderen. Meerdere keren moest ik tijdens mijn lectuur trouwens hardop lachen. Dat psychosegevoeligheid gebruikt kan worden als ‘vanavond niet schat’-excuus wist ik tot voor kort nog niet. 

Toen ik vervolgens Ik moest braaf zijn las, verdween die lach snel van mijn gezicht. Laura De Houwer schrijft in dat boek over wat haar overkwam toen ze naar aanleiding van een suïcidepoging in het voorjaar van 2020 veertig dagen lang gedwongen werd opgenomen in de psychiatrie. Als lezer neemt ze je mee in het traumatiserende proces dat zich toen voltrok. In dagboekstijl vertelt ze wat er allemaal gebeurde en hoe ze diep werd geraakt door de harde anonieme aanpak in het ziekenhuis.

Alles begon met een wanhoopsdaad. Compleet radeloos probeerde Laura de Houwer een eind te maken aan haar leven. Haar man kon dat op het nippertje verhinderen en riep hulp in. Deze kwam er onder de vorm van politie en ambulances. Laura De Houwer was toen heel erg van streek. Direct de switch maken om met hen mee te gaan naar het ziekenhuis, lukte niet. De hulpdiensten besloten dan maar om haar gedwongen mee te nemen. Met knellende handboeien en vastgebonden op een brancard werd ze afgevoerd.

Toen ik dat las, werd ik meteen overvallen door ontgoocheling. Hoe kan dat toch? In de literatuur zijn duidelijke richtlijnen te vinden over hoe hulpdiensten best omgaan met iemand in een acute crisis (zie bijvoorbeeld: Langlands et al., 2008). Op zo momenten moet je rustig communiceren, je empathisch steunend opstellen, en geduldig zoeken naar een hoopvol perspectief. De-escaleren heet dat. Bij Laura De Houwer gebeurde dat allemaal niet. Er werd nauwelijks tijd gemaakt om mét haar te spreken.

Op dat punt zit er beslist een systeemfout in onze hulpverlening. Politie en andere hulpdiensten moeten dringend gevormd en begeleid worden om correct in te spelen op personen met een psychiatrische crisis. Een goede eerste opvang schept een vertrouwensband, wat meteen de juiste toon zet om problemen te overwinnen. Momenteel hangt alles teveel af van de bereidwilligheid van een individuele agent of hulpverlener.

Helaas vormde de opname op de crisisafdeling in de psychiatrie geen kantelpunt. Ook daar wachtten geen professionals die de tijd namen om haar rustig te onthalen. Niemand stond klaar om

haar wanhoop, angst en kwaadheid op te vangen. Niemand klopte vervolgens aan om te zoeken naar woorden die perspectief bieden. Laat staan dat haar echtgenoot een plek kreeg om haar te helpen, of ook zelf op adem te komen. Het zette de toon voor het hele verblijf. Met uitzondering van die paar verpleegkundigen die wel écht probeerden om nabij te zijn, was er vooral veel eenzaamheid.

Over dag 4 van de opname schrijft ze: “De rest van de avond zie ik weer niemand. Niemand van de verpleging vraagt hoe het met me gaat, niemand die eens komt kijken of vragen hoe ik me voel. Er is geen ondersteuning, begeleiding, niks. Terwijl ze allemaal gezien hebben en weten dat ik overstuur ben. Dat ik diep teleurgesteld en verdrietig ben dat ik hier zes weken zal moeten blijven.”

Op dag 33 klinkt het als volgt: “Wat zou ik graag willen dat de psychiatrie een fijne, warme plek was, waar mensen terecht zouden kunnen voor steun, voor een gesprek, voor hulp. Wat zou ik graag willen geloven in die utopie, ondanks alles.”

Ik moest braaf zijn is pijnlijk om lezen. Nu begrijp ik waarom Brenda Froyen op de achterflap het volgende schrijft: “Dit boek is gruwelijk herkenbaar. Het had nooit geschreven mogen zijn. Maar nu het er is, moet iederéén het lezen”.

De afstandelijkheid, betutteling en eindeloze reeks aansporingen om toch maar braaf in de pas te lopen, zijn simpelweg vernederend. Het onderwerpt een patiënt aan machtsdynamieken die voor geen meter helpen om je leven op orde te krijgen. Ook hier zit een systeemfout. Crisisonthaal zou warm en geruststellend moeten zijn. Al te veel is dat nog niet het geval. De bestaande organisatie ervan moet daarom herbekeken worden. Zoals psychiater Ludi Van Bouwel (2020) aangeeft, kan de aanpak binnen Soteria-huizen daarbij zeker inspiratie bieden. Ook moet er een wettelijk kader komen die de rechten van de patiënt beter beschermt, dwangbehandeling inperkt en sommige praktijken simpelweg verbiedt.

Bij aankomst in de psychiatrie wordt Laura De Houwer meteen in een isoleercel geplaatst. Halfnaakt en vastgebonden ligt ze daar, met een camera als enige teken van menselijke aanwezigheid. Gedurende haar opname zal ze meermaals in afzondering belanden, waar zich beschamende taferelen voltrekken. Een keer blijft ze 26 uur aan een stuk vastgebonden. Een andere keer moet ze plassen in een waterflesje of urine wegvegen met het enige laken dat ze ter beschikking heeft. Zoiets zou toch niet mogen kunnen?

En ja, wat ik nog bijna vergat te vermelden. Ook Ik moest braaf zijn is een prima geschreven boek. Ik hoop van harte dat Laura De Houwer blijft schrijven. Ze kan het. Meer nog: ze heeft iets te vertellen.

Auteur

Stijn Vanheule is psychoanalyticus en professor klinische psychologie aan Universiteit Gent.

Referenties

De Houwer, L. (2021). Ik moest braaf zijn – Veertig dagen opname in de psychiatrie. Witsand Uitgevers.

Froyen, B. (2014). Kortsluiting in mijn hoofd. Uitgeverij Manteau.

Froyen, B. (2017). Uitgedokterd. Uitgeverij Manteau.

Froyen, B. (2017). Lena. Uitgeverij Manteau.

Froyen, B. (2019). Psst!. Uitgeverij Borgerhoff& Lamberigts.

Froyen, B. (2020). Ben ik dan nu weer normaal? Uitgeverij Borgerhoff& Lamberigts.

Langlands, R.L. et al. (2008). First aid recommendations for psychosis: Using the Delphi method to gain consensus between mental health consumers, carers, and clinicians. Schizophrenia Bulletin, 34, 435-443.

Van Bouwel, L. (2020). Soteriahuis in de huidige ggz; kleinschalige milieutherapeutische benadering voor opvang bij eerste psychotische episode. Tijdschrift voor Psychiatrie, 62, 54-61.

Posted in Geen categorie | Tagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Iedereen braaf en normaal? Over de boeken van Brenda Froyen en Laura De Houwer